Kasteeltoren IJsselstein

IJsselstein, Utrecht

Openingstijden
13.00 - 17.00 uur
Entree

Rondleidingen gratis
Bezoek museum IJsselstein: € 6,00
Museumjaarkaart is geldig

Adres

Kronenburgerplantsoen 9

3401 BM IJsselstein

  • Niet toegankelijk voor mindervaliden

13.00 en 14.00 uur historische rondleiding

15.00 en 16.00 uur kinderrondleiding met Ridder Roderick (ouders zijn ook welkom)

Voor rondleidingen verzamelen bij museum
(Walkade 2-4, 3401 DS IJsselstein).
Vooraf aanmelden voor de rondleiding via: aanmelden@museumijsselstein.nl 

Bijzonderheden

Vooraf aanmelden voor rondleidingen via aanmelden@museumijsselstein.nl 

Parkeren in parkeergarage Eiteren

Niet toegankelijk voor mindervaliden

Van het kasteel van Ijsselstein rest tegenwoordig alleen nog een grote traptoren. Dit is het restant van een groot polygonaal kasteel dat in de vijftiende eeuw is gesticht op de plek van een ouder kasteel.

Het oudste kasteel IJsselstein is waarschijnlijk in het laatste kwart van de dertiende eeeuw gesticht door Gijsbrecht van IJsselstein, de eerste die deze naam ging voeren. Hoe dit kasteel eruit heeft gezien, is niet bekend. Het was sterk genoeg om een belegering te doorstaan: in 1297 weigerde Gijsbrecht om zijn kasteel open te stellen voor de graaf, waarna hij gevangen genomen werd en zijn vrouw Berta met een kleine bezetting ongeveer een jaar lang de belegeraars buiten de deur wist te houden. Hun kleindochter Guyotte erfde in 1364 het kasteel van haar vader Arnoud. Zij was getrouwd met Jan I van Egmond, een van de oprichters van de Kabeljauwse partij. De strijd tussen de Hoeken en Kabeljauwen was ook in IJsselstein voelbaar, en in 1417 werden stad en kasteel ingenomen. De verdedigingswerken en het kasteel zijn hierna gesloopt. Pas na 1466 is er begonnen met de herbouw van het kasteel. Dit nieuwe kasteel zou uiteindelijk bestaan uit een L-vormig complex van woonvleugels met een polygonale ringmuur. Via het huwelijk van Anna van Egmond met Willem I van Oranje kwam het kasteel in handen van de Oranjes.
In de achttiende eeuw raakte het kasteel in verval, waarbij onder andere de vleugel aan de zuidwestzijde werd afgebroken. Het diende alleen als onderkomen voor de drost, die een deel van het gebouw liet opknappen en ook plannen maakte voor de aanleg van een lusttuin. Een toren deed dienst als stedelijke gevangenis, maar was weinig effectief. Regelmatig werd de schout uit bed gehaald omdat er weer een crimineel uit de toren had weten te ontsnappen.
In 1795 werd het kasteel ingenomen door de Fransen en enkele jaren later werd het complex tot nationaal eigendom verklaard. Vervolgens werd het kasteel in 1812 verkocht aan mr. N.H. Strick van Linschoten. Na het overlijden van zijn dochter werd het kasteel voor sloop te koop aangeboden, omdat geen van haar erfgenamen er wenste te gaan wonen. In 1888 is het kasteel uiteindelijk gesloopt, op de grote traptoren na. De toren is nu onderdeel van Museum IJsselstein.